Kolgans

Naamgeving
Kolgans (Anser albifrons)

Uiterlijk
Lengte:  65-70 cm
Vleugellengte 40-42 cm
Gewicht 2300-2500 gram

Kolganzen zijn kleinere grijsbruine ganzen met een karakteristieke bles op de snavel en zwarte strepen op de borst. Bij jonge vogels is de witte bles nauwelijks ontwikkeld en ontbreken de zwarte strepen. Kenmerkend is het vrolijke jubelende geluid dat al op grote afstand is te horen.

Biotoop en leefwijze
De kolgans komt in Nederland vooral voor als wintergast en verblijft veelal in graslanden in een waterrijke omgeving, zoals in het rivierengebied en in Zuidwest-Friesland. Maar ook akkers met wintergranen worden niet geschuwd. Ze verblijven vaak in grote groepen van soms duizenden ganzen.  ’s avonds trekken ze meestal naar slaapplaatsen waar ze de nacht doorbrengen om ’s ochtends weer naar de foerageergebieden te trekken. Afhankelijk van de weercondities kunnen er met het invallen van koude of dooi grote verplaatsingen plaatsvinden. Kolganzen worden in Nederland in toenemende mate als broedvogel vastgesteld. Broedgebieden bevinden zich in de nabijheid van open water en moeras langs de groet rivieren, rond de Biesbosch en in zuidoost Friesland.

Ruiperiode
Juni ‐ begin juli

Voortplanting
Aantal legsels: 1
Aantal eieren: 4-6 witte eieren
Broedduur: 27-28 dagen
Broedperiode: Begin april ‐ half juni

Uit een onderzoek naar broedende kolganzen bij Olburgen werd het eerste ei gevonden op 1 april. Het hoogst aantal nesten werd geconstateerd eind mei en de broedperiode liep tot half juni. In Zuid‐Holland valt de broedperiode tussen eind april en begin juni.

Voedsel
Voornamelijk grassen, wintergraan, maar ook zaden en worteldelen.

Voorkomen
De kolgans is in alle provincies van Nederland te vinden maar overwintert vooral langs de grote rivieren en in Zuidwest Friesland en Zuid-Holland.

Bejaging
Een aantal provincies verleent ter voorkoming van schade aan landbouwgewassen ontheffingen voor het doden van overzomerende brandganzen.

Menu
%d bloggers liken dit: